"Op school gaat het eigenlijk best."
Hoe vaak hoor je dat niet?
Deze leerling doet mee. Het veroorzaakt geen grote problemen. Natuurlijk, het wiebelt wat op de
stoel. Het friemelt met spullen. Het kauwt op de touwtjes van zijn trui. Het hangt onderuit of zit
half op zijn stoel. De concentratie schommelt. De resultaten blijven achter bij wat je verwacht.
Maar verder lijkt er weinig aan de hand.
Tot je met ouders in gesprek gaat.
Dan hoor je ineens een heel ander verhaal.
Hun kind komt uitgeput thuis. Het ontploft om kleine dingen. Het heeft moeite met inslapen. Het
wil eerst een uur op de bank liggen. Of het trekt zich juist terug en wil met niemand praten.
Tijdens toetsperiodes nemen de uitbarstingen vaak toe.
Je herkent de leerling bijna niet.
Leg je jouw observaties naast die van ouders, dan ontstaat er vaak een heel ander beeld.
Je ziet niet langer een ongemotiveerd kind.
Je ziet ook niet direct een kind dat nóg meer moet oefenen.
Je ziet een kind dat veel energie kwijt is.
De vraag wordt dan niet: hoe kan ik dit kind meer laten oefenen?
De vraag wordt: waarom kost leren dit kind zoveel energie?
Om ontspannen te kunnen leren moet een kind zijn lichaam goed kunnen aansturen. Dat lijkt
vanzelfsprekend, maar dat is het niet.
Wist je dat stilzitten één van de moeilijkste vaardigheden is die we van kinderen vragen?
Wanneer reflexen nog actief zijn, kost dat veel energie.
Neem bijvoorbeeld een actieve Spinal Galant-reflex. Het brein blijft reageren op prikkels langs
de rug. Een labeltje, kleding of een rugleuning kan al voldoende zijn. Het kind wiebelt, zit op zijn
knieën, hangt half op zijn stoel of staat liever op.
Of denk aan een actieve STNR. Dan verloopt de samenwerking tussen boven- en onderlichaam
minder soepel. Je ziet een kind dat steeds verzit, onderuitzakt of moeite heeft om een stabiele
werkhouding aan te nemen.
Niet omdat het niet wil.
Maar omdat het lichaam voortdurend aandacht vraagt.
Ondertussen probeer jij nieuwe leerstof uit te leggen.
Tegelijkertijd probeert dit kind zijn lichaam aan te sturen. Het onderdrukt prikkels. Het zoekt een
houding die prettig voelt. Het probeert zich te concentreren.
En het probeert ook nog iets te leren.
Dan begrijp je dat leren veel meer energie kost dan bij leeftijdsgenoten.
Extra uitleg en meer oefenen leveren dan vaak minder op dan je zou verwachten.
Je bent namelijk bezig met het gevolg, terwijl de oorzaak blijft bestaan.
Ouders zien vaak als eerste dat er iets speelt. Niet altijd vertellen zij dit op school. Soms weten
ze niet dat het relevant is. Soms denken ze dat het erbij hoort. Soms gaan ze ervan uit dat school
het vanzelf wel ziet.
Leerkrachten zien juist als eerste hoe het leren beïnvloed wordt.
Pas wanneer beide beelden naast elkaar liggen, ontstaat het complete plaatje.
Dus merk je dat een leerling hard werkt, maar weinig laat zien van wat erin zit?
Ga dan niet alleen op zoek naar meer oefening en herhaling.
Ga ook op zoek naar het verhaal achter het gedrag.
Juist daar liggen vaak de puzzelstukjes die het verschil maken.
Nu de toetsresultaten bekend zijn en het schooljaar bijna ten einde loopt, is dit misschien wel
het perfecte moment om samen met ouders die puzzel te leggen.
Niet alleen terugkijken op resultaten, maar ook kijken naar wat het kind onderweg heeft laten
zien.
Want pas wanneer alle puzzelstukjes op tafel liggen, kun je ontdekken wat een kind echt nodig
heeft.
Recente reacties