In veel klassen krijgen kinderen het label dyslexie. Toch ligt de oorzaak soms ergens anders.
De ogen spelen een grote rol bij leren lezen.

In mijn praktijk zie ik dit elke week. Kinderen werken hard maar lezen blijft moeilijk.
Ze maken weinig vooruitgang. Vaak speelt een visueel probleem mee.

Laatst zei een leerkracht tegen mij:
“Jij gelooft dus niet in dyslexie.”
Die conclusie klopt niet. Dyslexie bestaat zeker. Toch zie ik ook iets anders.
Veel kenmerken van dyslexie lijken op visuele problemen. Daardoor krijgt een kind soms een label dat niet de echte oorzaak raakt.

In mijn praktijk ontvang ik veel leerlingen bij wie lezen of spellen niet lekker verloopt. Ze doen enorm hun best, maar boeken weinig vooruitgang. Lezen kost veel energie en plezier in lezen verdwijnt langzaam. Regelmatig blijkt dat hun ogen niet goed samenwerken. Lezen wordt dan letterlijk zwaarder werk, zonder dat een kind zich daarvan bewust is.
Om goed te kunnen lezen moeten de ogen verschillende vaardigheden beheersen:
• scherp kunnen zien
• goed kunnen samenwerken
• vloeiend kunnen volgen
• nauwkeurig kunnen richten
• snelle sprongetjes maken

Leerkrachten herkennen slecht zicht vaak snel. Een kind zit te dicht op het boek.
Of het ziet het digibord niet goed. Dan volgt vaak een bezoek aan de opticien.
Veel leerkrachten denken daarna dat alles klopt.
Toch klopt dat niet altijd.
Een opticien kijkt vooral naar scherp zien en naar de gezondheid van de ogen.
De samenwerking tussen de ogen krijgt meestal geen aandacht.
Denk aan volgen, richten en de sprongetjes die ogen maken tijdens het lezen.
Juist daar kunnen problemen ontstaan die lezen en spellen sterk beïnvloeden.

Kinderen met een visueel probleem kunnen bijvoorbeeld ervaren dat letters bewegen, verspringen of dubbel verschijnen. Soms slaan ze woorden of stukjes tekst over. Ze gaan dan raden om het tempo bij te houden. Bij spelling zie je dat woorden die ze eigenlijk kennen toch fout worden geschreven.

Dat is enorm frustrerend. Het kind werkt hard, maar het resultaat blijft achter. Dat zorgt voor stress en spanning. Stress heeft op zijn beurt weer invloed op het visuele systeem. De ogen moeten nog harder werken en lezen wordt steeds vermoeiender. Zo ontstaat een vicieuze cirkel.

Gelukkig kun jij als leerkracht veel betekenen. Goed observeren helpt al enorm.
Je kunt signalen vroeg herkennen.
Daarmee help je kinderen snel verder. Voor veel kinderen voelt dat als een enorme opluchting.
Het ligt niet aan hun inzet. Hun ogen hebben ondersteuning nodig.
Je kunt leerlingen doorverwijzen naar een specialist. Een doorverwijzing naar een visueel screener of een functioneel optometrist kan dan waardevol zijn. Ook binnen de psychomotorische begeleiding besteed ik aandacht aan het visuele systeem en de samenwerking tussen lichaam en ogen.

Daarnaast kun je in de klas zelf al veel doen. Korte, doelgerichte beweegtussendoortjes kunnen helpen om de oogspieren te activeren en spanning te verminderen. Ook spelvormen kunnen het visuele systeem ondersteunen.

Wanneer je gericht werkt aan deze basis, zie je vaak dat het zelfvertrouwen van kinderen groeit. Leren voelt weer haalbaar en lezen kan weer leuk worden.

Mijn missie is om leerkrachten bewust te maken van de rol die het visuele systeem speelt in de leerontwikkeling van kinderen. Met meer kennis over deze signalen kun je (leer)problemen eerder herkennen en soms zelfs voorkomen.

Daarom geef ik dit schooljaar voor de laatste keer live de training
Van zien naar leesplezier.
In deze training leer je waar je op kunt letten in de klas en welke praktische oefeningen je direct kunt inzetten. Zo kun je leerlingen ondersteunen voordat ze vastlopen en houden ze plezier in lezen.

Heb je interesse?
Op woensdag 1 april van 14.00 tot 17.00 uur geef ik de training in Veldhoven.
Er zijn een beperkt aantal plekken.
Vol = vol.